Genetische basis van HNPCC


Wat is de genetische basis van HNPCC - Lynch syndroom?

Ons lichaam is opgebouwd uit cellen. In de kern van elke cel bevindt zich het erfelijk materiaal, in wat het DNA genoemd wordt. Door opeenvolgende celdelingen wordt het DNA doorgegeven aan alle dochtercellen. Tijdens de celdeling neemt het DNA de vorm aan van chromosomen. Elk chromosoom is drager van een reeks genen die de informatie bevatten voor onze erfelijke eigenschappen. Het totaal aantal genen bij de mens wordt op meerdere tienduizenden geschat. Een gen is een stukje DNA dat een specifieke functie heeft en dat aan de basis ligt van een bepaalde eigenschap. Wanneer er zich in dat stukje DNA een foutje voordoet (men spreekt dan van een mutatie), dan kan het gen zijn functie niet meer naar behoren vervullen.

Er zijn momenteel een vijftal genen bekend die samenhangen met erfelijke dikkedarmkanker. Elk van deze genen speelt een rol in het DNA-herstelmechanisme (in het Engels spreekt men van ‘Mismatch Repair Genes’): ze sporen kleine onnauwkeurigheden op die gedurende de celdeling bij het maken van kopieën van het erfelijk materiaal optreden en zorgen er voor dat deze foutjes hersteld worden.

Bij personen die een HNPCC-mutatie geërfd hebben, is dit foute gen van bij de geboorte in elke lichaamscel aanwezig. Zolang er ook een normaal gen (geërfd van de andere ouder) aanwezig is, kunnen onnauwkeurigheden bij het maken van kopieën van het DNA toch nog hersteld worden. Wanneer er echter in de loop der jaren in een bepaalde darm- (of baarmoederslijmvlies-) cel ook in het normale gen foutjes ontstaan, gaat het vermogen om onnauwkeurigheden te herstellen in die cel totaal verloren. Vanaf dan zullen de foutjes in de genetische code zich opstapelen in de dochtercellen. Na verloop van tijd zal een aantal van deze cellen ontaarden zodat er een tumor ontstaat.

Kanker is altijd een opeenstapeling van foutjes in de cel. Bij personen die het eerste foutje al van bij het begin in elke lichaamscel meegekregen hebben, zal dit proces vlugger verlopen, zodat zij op jongere leeftijd kanker krijgen.

Elke nakomeling van een patiënt met erfelijke dikkedarmkanker heeft een kans van één op twee om een fout gen overgeërfd te hebben van de aangetaste ouder.
Ouders geven immers ieder de helft van hun erfelijk materiaal door aan ieder van hun kinderen. Bij elke geslachtelijke voortplanting gaat van elk chromosomenpaar van de vader en van de moeder één chromosoom naar de volgende generatie. Dit gebeurt via de bevruchting van een eicel van de vrouw door een zaadcel van de man, waarbij eicel en zaadcel - in tegenstelling tot de lichaamscellen - slechts 23 chromosomen bevatten, namelijk één chromosoom van elk van de 23 moederlijke en 23 vaderlijke chromosomenparen. Door de samensmelting van eicel en zaadcel wordt het erfelijk materiaal van beide voortplantingscellen samengevoegd. De bevruchte eicel bevat dan opnieuw 23 chromosomenparen, waarbij ieder paar bestaat uit een vaderlijk en een moederlijk chromosoom.

Voorbeeld 1: De vader heeft een afwijking in een HNPCC-gen (aangeduid met een pijltje)

HNPCC_Voorbeeld_1_Genetische_basis_214x260.jpg


Voorbeeld 2: De moeder heeft een afwijking in een HNPCC-gen (aangeduid met een pijltje)

HNPCC_Voorbeeld_2_Genetische_basis_210x260.jpg


Zoals blijkt uit beide voorbeelden, zijn er bij iedere zwangerschap 4 combinaties mogelijk. Bij 2 van deze 4 mogelijkheden is het afwijkend gen in het erfelijk materiaal van de vrucht aanwezig. Bij iedere zwangerschap is er dus 50% kans op een kind met een afwijkend gen.

N.B. Deze tekst is met toestemming van de Eenheid Psychosociale Genetica, Centrum Menselijke Erfelijkheid, UZ Leuven overgenomen van de website van de Katholieke Universiteit Leuven

Privacy statement

Disclaimer

Colofon

Vereniging HNPCC is aangesloten bij de NFK en wordt financieel gesteund door KWF Kankerbestrijding